Terp fan de Takomst

Terpen zijn belangrijke verschijningen in het Fryske landschap. Ze spreken tot de verbeelding als het gaat om de geschiedenis, ze roepen vragen op als het gaat om archeologie en ze inspireren voor kunst, cultuur en toekomstige ontwikkelingen.

Al langere tijd dromen verschillende mensen over het ontwikkelen van de Terp fan de Takomst. Een nieuwe buitendijkse terp, om te onderwijzen, te onderzoeken, te historiseren, om er nieuwe en oude zilte teelten uit te proberen, te concerteren, er in stilte te zijn en om de verbeelding te laten spreken.

Het dorp Blije heeft het initiatief genomen om deze Terp fan de Takomst  daadwerkelijk te realiseren. Het dorp, dat zich sterk verbonden voelt met het Wad, stelt in haar dorpsvisie ‘we willen weer met het gezicht naar de Waddenzee wonen, leven en werken’. Centraal element in die visie is het idee om buitendijks, ter hoogte van Blije een nieuwe terp te maken. Om een nieuwe belevingsplek te maken, om mensen naar dorp en waddenkust te trekken, om oude verhalen te vertellen en nieuwe verhalen te maken.

Dorpsbelang Blije, It Fryske Gea, het Terpencentrum (RUG), Sense of Place en de Koöperaasje DoarpenLân hebben de handen ineen geslagen. Zij hebben een projectgroep gevormd om als Fryske Mienskip deze droom werkelijkheid te laten worden.

In 2018 worden de eerste concrete stappen gezet, het fundament van het pad gelegd en de eerste palen geslagen in het kader van het project ‘We wolle ús klaai werom’.

Het ontwerp

Het ontwerp voor de Terp fan de Takomst is van Observatorium  Het is gemaakt als een ‘kunstwerk’ dat in iedere fase van het groeiproces tot de verbeelding spreekt en in iedere fase een bestemming is voor bewoners en bezoekers; een Groeiende Terp.

Terpen evolueerden van smal (5 meter) en laag (1 meter) naar breed en hoog (tot wel 10 meter). Van een terp met 1 huis naar een klein gehucht met een kerk. Dit proces van stapelen, laag op laag wil het Observatorium met de Groeiende Terp ervaarbaar maken en laten zien.

In de kwelder  wordt met palen spiraalsgewijs de toekomstige vorm van de Terp getekend. Hij begint laag en eindigt hoog. De bouwfases liggen naast elkaar – en niet op elkaar – waardoor elke groeifase zichtbaar is en blijft. Er is een huisterp met kernpodium, er komt een dobbe met wal en de tekening van palen eindigt als een ontwikkelde terp. Het begin wordt gemarkeerd door een podium, het einde door een wal (als een dwarsdoorsnede) van houten palen op de uiteindelijke hoogte.

In de loop der jaren wordt de klei aangevoerd en langzaam maar zeker groeit de terp tot zijn gedroomde eindbeeld.

 

Locatie